Kleurrijk programma voor cello en piano

zondag 14 maart 2010 - 15.00 uur

Maarten Boasson en Peter Cramer Zondag 14 maart om 15.00 uur zijn de cellist Maarten Boasson en de pianist Peter Cramer te gast in ’t Mosterdzaadje. Op hun programma staan composities van Janáček, Schulhoff, Schubert en Saint-Saëns.

Het concert opent met het enige stuk dat de Tsjechische componist Leos Janáček voor cello en piano schreef: Pohadka. Een instrumentaal duet waarbij hij zich liet inspireren door het sprookje van Tsaar Berendeyev. Een verhaal over een jonge prins die gevangen is door de koning van de onderwereld. Hij kan alleen vrij komen door het goed afleggen van een aantal tests. Daarbij wordt hij geholpen door de dochter van de koning die zoals wel duidelijk mag zijn verliefd is geworden op prins Berendeyev.

Janáček was een laatbloeier en schreef dit stuk toen hij bijna 60 jaar was. Zijn stijl is dan nog volop in ontwikkeling. Na lang schaven en verbeteren is het uiteindelijk de derde versie die zo beroemd is geworden. Pohadka heeft drie zeer uiteenlopende delen, en binnen de delen nog ruimschoots variatie in het muzikale materiaal.

Erwin Schulhoff werd in 1894 in Praag geboren en stierf in 1942 in het concentratiekamp Wülzburg te Beieren. Hij wordt al op 10 jarige leeftijd, op voorspraak van Dvořák, toegelaten tot het conservatorium voor pianoles. Hij wint prijzen zowel als pianist en als componist. In het begin van zijn carrière zijn Richard Strauss en Debussy favoriet. Als hij echter door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog als soldaat naar het Oostfront wordt gezonden doen zijn oorlogservaringen de kijk op de wereld en de kunst totaal veranderen. Vanaf 1919 sluit hij zich aan bij de linkse avant-garde. In Dresden en Berlijn verkeert hij in kringen van kunstenaars, musici en dansers. Als pianist specialiseert hij zich in jazz-muziek. Hij is succesvol als componist en pianist maar het nazi-regime maakt dat hij zijn werk niet kan voortzetten. Hij overlijdt in het concentratiekamp. De sonate voor cello en piano opus 17 schreef Schulhoff in de periode dat hij nog onder invloed stond van Strauss en Debussy. De vier delen verschillen sterk van karakter. Het eerste deel bijzonder heftig, het tweede deel een diepzinnige overpeinzing en het derde deel een allervriendelijkst menuet. Tot slot een verrassend vierde deel.

Na de pauze wordt de beroemde Arpeggione sonate uitgevoerd. De Arpeggione was een in 1824 uitgevonden muziekinstrument, een kruising tussen gitaar en cello. Het instrument was na 10 jaar helemaal vergeten, maar alleen vanwege de geliefde sonate die Schubert voor dit instrument schreef is er nog weet van. Het openingsthema is een fraai voorbeeld van een romantische melodie. Het tweede, langzame deel is van adembenemende schoonheid. Tot slot een melodie die aan het eerste deel doet denken, afgewisseld met virtuoze tussenspelen.

Als laatste op het programma de sonate opus 32 van Saint-Saëns. Als 10 jarige wonderkind vroeg hij aan zijn publiek welke sonate van Beethoven hij als toegift zou spelen. Beethoven en Schumann hebben grote invloeden gehad op zijn werk. Op zijn beurt heeft Saint-Saëns een onmiskenbare invloed gehad op Rachmaninov.

De eerste cellosonate, gecomponeerd in 1872, heeft alle kenmerken van de Duitse Sturm-und Drang periode er is in dat opzicht enigszins vergelijkbaar met de latere werken van Mendelssohn. Virtuoze hoekdelen contrasteren aangenaam met het charmante en delicate middendeel.

Maarten Boasson en Peter Cramer komen weer met een schitterend programma voor de dag!

TERUG